‘Er is gewoon minder zicht op ouderen’

Veilig Thuis Utrecht vraagt in een interview aandacht voor een probleem dat vaak onzichtbaar blijft: ouderenmishandeling. Volgens de organisatie krijgt ongeveer één op de twintig ouderen hiermee te maken, maar blijft het in veel gevallen onopgemerkt.

Marieke Meester is een deskundige die werkt bij Veilig Thuis Utrecht en houdt zich in het bijzonder bezig met het signaleren en tegengaan van ouderenmishandeling. Door het kleiner wordende sociale netwerk van ouderen en de toenemende afhankelijkheid van mantelzorgers, wordt signalering steeds moeilijker. “Er is gewoon minder zicht op ouderen,” zegt ze.

Omgeving

Volgens Meester ontstaan problemen vaak geleidelijk. Financieel misbruik kan bijvoorbeeld beginnen met kleine handelingen. “Je laat iemand de boodschappen doen, en ineens worden er ook extra boodschappen voor zichzelf gedaan. Doordat dit langzaam groeit, herkennen ouderen en hun omgeving het niet altijd als misbruik.”

 

Belang

Schaamte en afhankelijkheid spelen een grote rol bij het niet melden van problemen. Ouderen willen het contact met hun helper vaak niet verliezen. “Je wil dat contact wat je hebt misschien ook niet kwijtraken. Daardoor blijven signalen soms lang verborgen, zelfs wanneer er al duidelijke aanwijzingen zijn zoals plotselinge geldproblemen of een verslechterde verzorging. Veilig Thuis Utrecht benadrukt daarom het belang van alertheid in de omgeving. „Buren, familie en professionals worden opgeroepen om signalen serieus te nemen en het gesprek aan te gaan. Een signalenkaart moet helpen om misstanden beter te herkennen.’

 

Melding

Daarnaast biedt de organisatie de mogelijkheid om anoniem advies te vragen. “Je kunt gewoon bij ons bellen voor overleg. Dat hoeft niet meteen tot een melding te leiden, maar kan wel helpen om situaties beter te duiden.” Het doel is vooral preventie: problemen eerder herkennen en escalatie voorkomen. Zoals Meester stelt: “Aandacht hiervoor en echt alert zijn is belangrijk, omdat juist de omgeving een cruciale rol speelt in het beschermen van kwetsbare ouderen.” (Bron: Eemland1)