Waar de Nederlandse oranjekoorts na de uitschakeling al snel verdween, bleef de spanning in huize Pinchon in Soest nog voelbaar. De Frans-Nederlandse familie droomde gisteravond nog van een derde wereldtitel voor Les Bleus. Het verliep anders.
Vlak voor de aftrap heerst er nog optimisme. Franse vlaggetjes wapperen in de heg, op tafel staan een glas Bordeaux, Franse kazen en nootjes. Zodra de spelers voor de strijd in de halve finale het veld van het AT&T Stadium in Arlington betreden, gaan de telefoons uit. Negentig minuten lang bestaat er maar één wereld.
Omhelsen
„Kijk, het draait bij een WK niet alleen om voetbal”, opent Mathilde Pinchon. „Het is emotie, trots en verbondenheid. Heel Frankrijk leeft mee. Mensen spreken elkaar op straat aan, cafés zitten vol en iedereen hoopt op hetzelfde. Dat maakt onze WK-beleving zo bijzonder.” Ze weet nog precies hoe het voelde toen Frankrijk in 2018 wereldkampioen werd. „Overal zag je vlaggen, mensen omhelsden elkaar en de straten veranderden in één groot feest. Dat vergeet je nooit.” Ze hoopten dat nu weer mee te maken. Haar man Max denkt ondertussen aan Bordeaux, de geboortestad van Mathilde. „Als Frankrijk wint dan ontploft de stad van vreugde. Voetbal zit daar diep in de cultuur. Het brengt generaties en buurten samen.”
Te sterk
Maar al snel slaat de stemming om in huize Pinchon. Frankrijk vindt geen antwoord op het sterke Spaanse spel. Elke gemiste kans zorgt voor meer frustratie. Naarmate de tijd verstrijkt wordt het stiller in de woonkamer. Het wijnglas zit nog half vol, de Saint Agur, een pittige blauwe kaasje, blijft onaangeroerd en er wachten nog heel wat nootjes in de schaal. Een diepe zucht of een teleurgestelde kreet doorbreekt de stilte na het eindsignaal. Beiden zien de hoop uiteenspatten op de derde WK-finale. Spanje won met 2-0. „Spanje was simpelweg beter”, erkent Mathilde. „Ze gaven onze aanvallers geen ruimte en waren dodelijk effectief. Dat doet pijn, juist omdat je zo dichtbij de derde finale bent. Reken maar dat er vannacht in sommige banlieues onrust zal zijn.” Daarna kijkt ze naar de Franse vlaggetjes in de heg voor het huis. „Die ga ik nu verwijderen. De droom is voorbij.” (Bron: Eemland1)
