Museum Soest opent vanaf 1 augustus twee nieuwe tentoonstellingen die bezoekers laten kennismaken met heel verschillende vormen van kunst. Voorzitter Kees Vos verwacht veel van de nieuwe tentoonstellingen, maar kijkt ook verder vooruit. Want net als veel kleine musea staat Museum Soest voor de uitdaging om nieuw publiek en nieuwe vrijwilligers aan zich te binden.
In de expositie It’s All About Food staat in Museum Soest voedsel centraal in driedimensionale kunstwerken van vier kunstenaars. Daarnaast is er kleurrijk en abstract werk van de in Soest opgegroeide kunstenaar Luijt Postma. “Het zijn twee totaal verschillende tentoonstellingen onder één dak,” vertelt Vos. “Maar het is ook heel leuk, want het wordt ontzettend kleurrijk.”
Verpakkingen
De tentoonstelling It’s All About Food is samengesteld met werk van Manon Babtist, Margriet Blom, Hay Hermans en Nadja Willems. De kunstenaars kijken op een bijzondere manier naar alledaagse producten en laten zien dat eten en verpakkingen ook een verhaal kunnen vertellen. “Het zijn geen gedekte tafels zoals je die kent van de oude meesters. Het zijn meer panelen en driedimensionale werken met bijvoorbeeld een bord met soep of een bakje met aardbeien. De kunstenaars kijken niet alleen naar het eten zelf, maar ook naar de verpakking eromheen.”
Plastic bakje
Juist die verpakkingen geven volgens Vos een extra laag aan de tentoonstelling. “Daar zit ook een kleine knipoog naar het milieu in. Je eet de aardbeien op, maar wat doe je daarna met het plastic bakje?” Naast de voedselkunst presenteert Museum Soest het werk van Luijt Postma. De kunstenaar groeide op in Soest en raakte in zijn jonge jaren geïnspireerd door de Cobrabeweging. Zijn werk kenmerkt zich door felle kleuren, strakke lijnen en abstracte vormen. “Het is abstract, maar toch zie je er vaak iets in. Hij heeft bijvoorbeeld een schilderij van een fabriek waar rook uit de schoorsteen komt. Als iemand anders dat zou schilderen, zou je waarschijnlijk wolkjes of kringeltjes maken. Bij hem zijn het allemaal rechte lijnen, alsof het langs een liniaal is gemaakt.”
Vernieuwing
Naast de nieuwe exposities kijkt Museum Soest ook naar de eigen toekomst. Het museum ontvangt jaarlijks tussen de vier- en zesduizend bezoekers. Volgens Vos is dat na de coronaperiode weer opgebouwd, maar blijft groei belangrijk. Bovendien kan het museum rekenen op steun van de gemeente Soest en werkt volledig met vrijwilligers. “Wij hebben geen betaalde krachten. Iedereen die hier werkt, doet dat vrijwillig. Ik ben zelf ook honderd procent vrijwilliger. Als er geschilderd moet worden of een grote klus moet gebeuren, trek ik mijn werkkleding aan en help ik mee.”
Leeftijd
Het vinden van nieuwe vrijwilligers is volgens Vos één van de grootste uitdagingen. “We hadden ongeveer zeventig vrijwilligers, nu ligt dat aantal wat lager. Dat komt ook door ziekte en doordat de gemiddelde leeftijd hoger wordt.” Vooral jongeren bereiken blijft lastig. “De jongere generatie zie je niet snel binnenkomen voor vrijwilligerswerk.” Toch ziet hij kansen om het museum aantrekkelijker te maken voor een nieuw publiek. “Je moet blijven vernieuwen. Misschien moeten we meer interactief worden. Jongeren lopen tegenwoordig met laptops en telefoons rond. Daar kunnen we misschien meer mee doen, zodat bezoekers niet alleen kijken, maar ook iets kunnen beleven.”
Historie behouden
Volgens Vos blijft de belangrijkste taak van Museum Soest het bewaren van de lokale geschiedenis. “Wij hebben een bijzondere plicht om de historie van Soest en Soesterberg te behouden en te onderhouden.” Dat betekent volgens hem niet dat het museum stil moet blijven staan. “Je kunt die historie combineren met nieuwe ideeën. We hebben bijvoorbeeld een tentoonstelling over brommers gehad. Daar kwamen veel liefhebbers op af, zowel jongeren als ouderen.” Zijn droom voor de toekomst is vooral meer ruimte en meer mogelijkheden om bezoekers te verrassen. “Ik zou eigenlijk nog een verdieping erbij willen hebben, want ik kom ruimte tekort.”
Combinatie
Waar Museum Soest over tien jaar staat, durft Vos niet precies te voorspellen. “Misschien krijgen sommige afdelingen een andere invulling. Je moet blijven kijken wat mensen aanspreekt.” De kracht van het museum blijft volgens hem de combinatie van verleden en toekomst. “We zijn een plaatselijk museum, maar ook een streekmuseum. We houden de geschiedenis van Soest en Soesterberg levend. Dat blijft belangrijk.” (Bron: Eemland1)



