Bij Vogelopvang Soest, onderdeel van Dierenzorg Eemland, worden de afgelopen weken opvallend veel ernstig verzwakte vogels binnengebracht. Bij een flink aantal bestaat het vermoeden dat ze besmet zijn met het Westnijlvirus. Volgens Daphne van Dongen van de vogelopvang is sprake van een ontwikkeling die de medewerkers niet eerder hebben meegemaakt.
„Wat wij veel zien momenteel zijn voornamelijk kauwen die bij ons worden gebracht die langer ziek en uitgeteerd zijn. Zij hebben helemaal geen vlees meer op de botjes. Ook de vleugels hangen. Sommige vogels zijn nog alert, maar hebben nauwelijks de kracht om te reageren. Als ze in die staat binnenkomen, sterven ze eigenlijk allemaal binnen 24 uur.”
Onderling
De opvang werkt samen met het Dutch Wildlife Health Centre in Utrecht. Daar worden overleden vogels onderzocht op het Westnijlvirus. Ook de locatie waar een vogel is gevonden, wordt geregistreerd. „Je kunt in ieder geval de locatie doorgeven waar de vogel gevonden is, want dat houden zij allemaal heel nauw bij.” Het vermaledijde virus wordt verspreid door besmette muggen. Vogels besmetten elkaar niet rechtstreeks. Daardoor is een quarantaine zoals bij vogelgriep volgens Van Dongen niet aan de orde. „De dieren worden gestoken door een mug en die mug is besmet en daar worden ze ziek van. De dieren worden ook niet onderling ziek van elkaar.”
40
Voor besmette vogels bestaat bovendien geen specifieke behandeling. „Het enige wat je kan doen is zo’n vogel zoveel mogelijk ondersteunen. Warm zetten, voeren en hopen dat je hem erdoorheen sleept.” Een vaccin, zoals dat voor paarden beschikbaar is, is er voor vogels niet. De toename van het aantal zieke vogels valt de medewerkers duidelijk op. „Begon met één, twee en na drie, vier, vijf denk je: hé, wat is hier aan de hand?” Bij de vogelopvang staat nu de teller op zo’n 40 dode vogels. „En dan te bedenken dat er nog veel meer vogels buiten ons zicht zijn overleden.”
Of mensen zich grote zorgen moeten maken, kan Van Dongen niet zeggen. „Ik ben geen expert op mensenziektegebied.” Wel benadrukt ze dat onderzoekers de ontwikkeling nauwlettend volgen. „Het is wel iets waar gelukkig de onderzoekers bovenop zitten momenteel.” (Bron: Eemland1)



