Eenzaamheid zit steeds vaker achter een scherm
Eenzaamheid is allang niet meer alleen een probleem van ouderen. Ook jongeren voelen zich steeds vaker alleen, terwijl ze online soms honderden of zelfs duizenden contacten hebben. Leefstijlcoach Lisette de Jong ziet in haar praktijk hoe groot het verschil kan zijn tussen online contact en echte verbinding.
„Eenzaamheid is niet per se de afwezigheid van mensen, maar vooral de afwezigheid van een betekenisvolle verbinding. Dat je echt in verbinding met iemand staat.”
Social media
De Soestse vertelt over een jonge vrouw die duizenden connecties had op sociale media, maar nauwelijks echte vriendschappen. Na pestervaringen op school en toenemende onzekerheid trok ze zich steeds verder terug. „Ze trok zich in haar kamertje terug, op de telefoon. En dan zie je daar natuurlijk de perfecte levens voorbij komen op social media. Ze voelde zich daardoor steeds meer buitengesloten.” Volgens De Jong is dat een ontwikkeling die niet onderschat moet worden. „Eén op de zes volwassenen wereldwijd voelt zich eenzaam. Maar wat ik toch wel schokkend vond, is dat jongeren tussen de 13 en 17 jaar inmiddels de meest eenzame groep zijn. Eén op de vijf tieners voelt zich vaak eenzaam.”
Samenleving
De oplossing ligt volgens haar niet alleen in minder schermtijd, maar vooral in het opnieuw zoeken van echte contacten. De jonge vrouw uit haar praktijk vond via een schilderscursus, vrijwilligerswerk en nieuwe contacten langzaam haar weg terug naar de samenleving. „Die is eigenlijk die slaapkamer uitgegaan en wat meer terug de gemeenschap in.” Ook alledaagse ontmoetingen zijn belangrijk. „De kleine connecties die je hebt als je bij de kaasboer je kaas haalt, op de markt staat of even een praatje maakt, zijn voor ons als mens superbelangrijk.” De Jong roept mensen daarom op bewuster met hun telefoon om te gaan. „Leg je telefoon eens weg als je in gesprek bent en wees echt aanwezig.” Haar advies is eenvoudig: vraag niet alleen hoe iemands dag was, maar vraag door. „Dan heeft iemand echt het gevoel: er wordt naar mij geluisterd.” (Bron: Eemland1)



