De gemeente Bunschoten – Spakenburg worstelt met de verplichte opvang van asielzoekers. ‘We hebben lokale beperkingen en de spankracht van de gemeente staat onder druk’. De gemeente moet zich binnenkort aan de minister van Asiel en Migratie verantwoorden.
Bunschoten moet 137 asielzoekers opvangen maar dit is tot op heden niet gelukt. Daarom is de gemeente onder verscherpt toezicht geplaatst. Na het zomerreces wordt er een gesprek tussen het ministerie en de burgemeester en wethouder gepland. Daarin moeten afspraken worden gemaakt over acties en daarbij behorende termijnen.
Worsteling
De gemeente worstelt met de plicht om asielzoekers op te vangen. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen meenden veel partijen dat met de huidige opvang van Oekraïense vluchtelingen en Poolse arbeidsmigranten voldoende aan de sociale plicht is voldaan. De gemeente heeft het maatschappelijke draagvlak onder inwoners van de gemeente Bunschoten niet gepeild en er is geen officieel onderzoek gedaan naar hoe inwoners tegen een opvang aankijken. “We wachten eerst het gesprek met de minister af. Als er meer duidelijk is over eventuele toekomstige opvang van asielzoekers gaan wij bekijken op welke wijze wij onze inwoners bij dit proces kunnen betrekken,” aldus een woordvoerder.
Onbekende locatie
Sowieso is het vinden van een geschikte locatie een struikelblok. ‘In 2024/2025 heeft het college onderzocht op welke manier aan de asielopgave kon worden voldaan. Er zijn toen meerdere locaties onderzocht, waarbij voor één locatie ook overleggen zijn gevoerd met het COA. Ook deze locatie bleek niet haalbaar.’ Om welke locatie dit ging is niet bekend.
Onder druk
Het gesprek met het ministerie wordt gehouden met burgemeester Jaco Geurts en een wethouder. Dit zal waarschijnlijk Wim van der Es (VVD) zijn die tijdelijk de betreffende portefeuille beheert. De gemeente: ‘Zoals eerder al aangegeven willen we in het gesprek met de minister duidelijk maken wat lokaal de beperkingen zijn die we op dit moment al ervaren. Als gemeente zijn we ons bewust van onze taak, maar we merken dat de spankracht van onze lokale gemeenschap onder druk staat.’ (Bron: Eemland1)
