Afgelopen dinsdag was het Internationale Hondendag. Eindelijk een dag waarop de hond centraal staat en de mens even mag luisteren. Althans, dat is de theorie. In de praktijk bepaalt de hond gewoon zelf hoe laat het etenstijd is, wanneer er gewandeld wordt en wie er op de bank mag zitten. Bij Dierenzorg Eemland in Soest wachten honden op een nieuw baasje. Prima natuurlijk. Want als je per se een hond wilt, kun je ook eens kijken naar een dier dat al een karakter, een geschiedenis en waarschijnlijk een gezonde dosis wantrouwen tegenover mensen heeft. Een hond aanschaffen moet je vooral niet impulsief doen. Dat lijkt me verstandig. Een bos bloemen koop je spontaan. Een fles witte wijn ook. Die zijn tenminste na een paar dagen verdwenen. Een hond blijft vrolijk twaalf jaar rondlopen met de boodschap: ‘En? Gaan we nog?’ Een hond cadeau doen is volgens deskundigen al helemaal geen goed idee. Logisch. Je geeft iemand toch ook geen koelkast cadeau en zegt er dan bij: ‘Succes ermee, hij moet iedere dag gevuld worden.’ Want een hond kost tijd, aandacht en geld. Vooral dat laatste kan verrassend snel oplopen. Een dierenarts kan binnen vijf minuten een bedrag noemen waarvoor je vroeger nog een complete vakantie boekte. Een verzekering helpt. Dan betaal je iedere maand een bedrag om jezelf het gevoel te geven dat je verstandig bezig bent. Toch heeft een hond ook voordelen. Hij biedt gezelschap, is altijd blij je te zien en luistert naar al je problemen. Tenminste: hij kijkt geïnteresseerd. Dat is bij sommige menselijke vrienden al een hele prestatie. Dus: denk goed na voordat je een hond neemt. Het is geen accessoire, geen cadeaupakket en zeker geen tijdelijk project. En mocht je toch twijfelen, vraag jezelf dan één simpele vraag: Heb ik zin om twaalf jaar lang, ook als het regent, sneeuwt of mijn favoriete serie net begint, naar buiten te gaan? De hond heeft het antwoord al. ‘Ja. Jij gaat.’
