‘Gefeliciteerd, beste dieven. Jullie hebben het voor elkaar gekregen: een kunstwerk uit de openbare ruimte veranderen in een zakcentje. Terwijl normale mensen een baan zoeken, een onderneming starten of misschien gewoon netjes hun rekeningen betalen, hebben jullie gekozen voor de meest innovatieve carrièrestap van deze tijd: professioneel beeldsloper. In de Pekingtuin in Baarn staat nu een beeld zonder benen. Moeder en Kind is door jullie vakkundig bij de enkels afgezaagd en meegenomen. Alleen de bronzen schoenen bleven achter. Een prachtig staaltje vakmanschap: zelfs de kunst kreeg letterlijk koude voeten. Waarschijnlijk hebben jullie trots naar de buit gekeken. Een zwaar bronzen beeld, dat moet toch een fortuin opleveren? Helaas valt dat een beetje tegen. Brons is op de schrootmarkt ongeveer 6 tot 7 euro per kilo waard. Een avondje uit, wat boodschappen en daarna is de grote kunstroof alweer verdwenen in de geschiedenisboeken. Wat een heldendaad. Een uniek kunstwerk, gemaakt om generaties mensen te raken, ingeruild voor het bedrag waarmee je tegenwoordig nauwelijks een fatsoenlijke kar vol boodschappen haalt. Het mooiste is misschien nog wel dat jullie waarschijnlijk dachten slim te zijn. Maar iedereen weet nu wie jullie zijn: niet de nieuwe Robin Hoods, geen meestercriminelen en zeker geen kunstkenners. Gewoon mensen met een slijptol, een gebrek aan fantasie en een heel bijzondere kijk op waarde. Want een bronzen beeld kun je in stukken zagen. De herinnering eraan niet. Dus geniet vooral van die paar honderd euro. Koop er iets moois van. Misschien een boek over kunst. Dan leren jullie eindelijk waarom sommige dingen meer waard zijn dan de prijs per kilo.’
