Eén koplamp

Er is iets geruststellends aan het nieuws uit Soesterberg: de werkelijkheid functioneert nog precies zoals je zou verwachten, alleen dan net verkeerd genoeg om je dag te verpesten. In de nacht van maandag op dinsdag is er weer een koplamp van een Volvo verdwenen. Niet het hele voertuig, niet de wielen, niet eens de gebruikelijke inhoud van het dashboardkastje. Alleen een koplamp. De eigenaar van de gemankeerde Volvo zal ongetwijfeld eerst bij zichzelf te rade zijn gegaan. Want als er iets gestolen wordt, begin je bij je eigen morele falen. Had ik de auto te aantrekkelijk geparkeerd? Te zichtbaar succesvol geleefd? Te weinig rekening gehouden met de logistieke realiteit van nachtelijke demontage-experts? Het is bijna ontroerend hoe vaak preventie nog serieus wordt genomen. ‘Parkeer op een goed verlichte plek’, zeggen de experts dan. Criminelen zouden immers terugdeinzen voor gemeentelijke lichtkleur in combinatie met een heg van 1,20 meter en een half kapotte straattegel. Veiligheid is in Nederland vooral een sfeervoorstel. En ondertussen groeit de efficiëntie van de economie gewoon door, keurig in lijn met alle beleidsplannen. Alles wordt duurder, dus alles wordt waardevoller, dus alles wordt handzamer om in onderdelen te verdwijnen. De kans dat een auto in een woonwijk ’s nachts een onderdelenwinkel is zonder personeel wordt dus steeds groter. Een auto is dus een wezenlijk onderdeel van de circulaire economie. Van fabriek via oprit en een gedeukt busje met valse kentekenplaten naar de  heilige koe die na elke nacht completer wordt.