Plaagmier kost Soest mogelijk drie ton

De gemeente Soest staat voor een kostbare bestrijdingsoperatie tegen een invasieve mierensoort. Rond het winkelcentrum aan de Van Weedestraat heeft zich een grote kolonie van het mediterraan draaigatje (Tapinoma nigerrimum) gevestigd. Volgens het Algemeen Dagblad kunnen de bestrijdingskosten oplopen tot ongeveer 300.000 euro.

De uit Zuid-Europa afkomstige mier vormt zogenoemde superkolonies met honderden koninginnen en miljoenen werksters. De onderling verbonden nesten maken de soort uitzonderlijk moeilijk te bestrijden. Wanneer een deel van de kolonie wordt verwijderd, herstellen de overgebleven nesten zich snel. Daarom zijn langdurige, specialistische bestrijdingsprogramma’s noodzakelijk.

Biodiversiteit

De mieren veroorzaken niet alleen overlast voor bewoners en ondernemers, maar kunnen ook schade aanrichten aan de openbare ruimte. Door hun uitgebreide gangenstelsels verzakken stoepen en bestrating. Daarnaast verdringen de invasieve mieren inheemse mierensoorten en verstoren zij het bodemecosysteem, waardoor de biodiversiteit onder druk komt te staan. Tapinoma nigerrimum is vermoedelijk via de internationale handel in planten en grond in Nederland terechtgekomen. Inmiddels zijn ook gevestigde populaties bekend in onder meer Rotterdam, Haarlemmermeer en Den Haag. Deskundigen verwachten dat de soort zich door zachtere winters en toenemende internationale handel verder zal verspreiden.

Aanpak

Voor particulieren met gewone mierenoverlast zijn lokgels of lokdozen doorgaans effectief. Bij een invasieve soort als het mediterraan draaigatje heeft zelf bestrijden echter weinig effect. Alleen een gecoördineerde aanpak kan voorkomen dat de omvangrijke superkolonies zich verder uitbreiden en nieuwe gebieden koloniseren.

Van Zuid-Europa naar Nederland

Het mediterraan draaigatje (Tapinoma nigerrimum) is van oorsprong afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Door de internationale handel in planten, potgrond en bomen is de soort de afgelopen decennia onbedoeld naar Noordwest-Europa verspreid. Eenmaal gevestigd profiteert de mier van het steeds zachtere Nederlandse klimaat en kan zij zich snel uitbreiden.In Nederland werden de eerste grote populaties ruim tien jaar geleden ontdekt. Inmiddels zijn gevestigde kolonies bekend in onder meer Rotterdam, Haarlemmermeer, Almere, Amstelveen, Purmerend, Castricum en Soest. Deskundigen sluiten niet uit dat de soort op meer plaatsen voorkomt, maar nog niet is herkend.

Beschermen

De ecologische gevolgen zijn aanzienlijk. De superkolonies verdringen inheemse mierensoorten doordat zij voedselbronnen en leefgebied overnemen. Daarmee verandert ook het bodemecosysteem, omdat mieren een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van zaden, het opruimen van organisch materiaal en het beluchten van de bodem. Daarnaast beschermen de mieren bladluizen, waarvan zij de zoete honingdauw eten. Daardoor kunnen bladluispopulaties sterk toenemen, wat schadelijk is voor bomen, struiken en sierplanten. Ook de maatschappelijke impact groeit. Miljoenen mieren kunnen binnendringen in woningen, winkels en technische installaties. Bovendien veroorzaken de uitgebreide gangenstelsels verzakkingen van trottoirs, fietspaden en straatwerk. Gemeenten zijn daardoor steeds vaker genoodzaakt om complete wijken gezamenlijk te behandelen. Volgens deskundigen is een geïntegreerde aanpak, waarbij alle nesten tegelijkertijd worden bestreden en de verspreiding via grond en beplanting wordt beperkt, de enige manier om een superkolonie duurzaam terug te dringen. (Bron: Eemland1)