Provincie Utrecht zet stap naar betere toegankelijkheid voor gebarentaal

De provincie Utrecht gaat onderzoeken hoe de Nederlandse Gebarentaal (NGT) een grotere rol kan krijgen binnen de provinciale organisatie. Provinciale Staten stemden unaniem in met een motie van GroenLinks om de communicatie met dove en slechthorende inwoners toegankelijker te maken.

Fractievoorzitter Marjolein van Elteren benadrukt dat de provincie de plannen niet zonder de doelgroep wil uitwerken. „Ik praat niet óver mensen, ik praat mét mensen. Zij kunnen als geen ander aangeven waar ze precies tegenaan lopen. Het begint met een goed gesprek.”

Stappen

Hoewel de Nederlandse gebarentaal sinds 2021 officieel is erkend, vindt Van Elteren dat de overheid nog onvoldoende stappen heeft gezet. „Iedereen herinnert zich de gebarentolken tijdens de coronapersconferenties. Dat viel samen met de erkenning van de Nederlandse gebarentaal. Er zijn sindsdien wel stappen gezet, maar als je alles bij elkaar optelt, gebeurt er nog steeds te weinig.” De motie ontstond nadat een doof GroenLinks-lid haar wees op de achterblijvende toegankelijkheid binnen de provincie. „Ik werd een week voor de Statenvergadering aangesproken. Een week later lag de motie er en die werd unaniem aangenomen.”

Normaal

De provincie gaat nu samen met belangenorganisaties onderzoeken welke verbeteringen nodig zijn. Daarbij wordt gekeken naar onder meer vergaderingen, informatiebijeenkomsten en inspraakmogelijkheden. Pas daarna wordt duidelijk welke investeringen nodig zijn. Van Elteren verwacht niet dat de kosten een belemmering zullen vormen. „Een gebarentolk kost ongeveer honderd euro per uur. Als je dat afzet tegen de bedragen die een provincie normaal uitgeeft, zijn dit relatief kleine kosten voor een toegankelijke overheid.”

Volwaardig

Volgens de politicus wordt de noodzaak ook bevestigd door de reacties uit de dovengemeenschap. „Mensen vertellen dat ze graag politiek actief willen worden, maar dat het politieke proces nu vooral is ingericht op gesproken taal. Deze stap geeft hen hoop dat zij straks ook volwaardig kunnen meedoen.” Met het besluit volgt Utrecht het voorbeeld van Noord-Holland en Overijssel, die eerder dit jaar vergelijkbare maatregelen aankondigden. (Bron: Eemland1)