Van hete cijfers naar groene straten

De provincie Utrecht weet inmiddels waar inwoners het warm hebben. Letterlijk. Tienduizenden metingen moeten zichtbaar maken welke plekken veranderen in hitte-eilanden en waar mensen juist verkoeling vinden. Dat klinkt als een belangrijke stap, want wie wil weten waar vergroening nodig is, kan beter meten dan gokken.

Toch is er een kritische vraag. Want wat gebeurt er vervolgens met al die gegevens? De provincie Utrecht wil groene plekken creëren op plaatsen waar inwoners het meest naar verkoeling snakken. Bomen, parken en groene daken kunnen daarbij helpen. Ze zorgen voor schaduw, verkoeling en een betere luchtkwaliteit. Op papier is dat moeilijk tegen te spreken.

Kunstenaars

Maar vergroenen is meer dan een boom planten op de plek die op een kaart rood kleurt. In een dichtbebouwde omgeving concurreert groen met woningen, parkeerplaatsen, wegen en andere voorzieningen. Een groene ambitie is daarom snel uitgesproken, maar wordt pas interessant wanneer duidelijk wordt welke keuzes bestuurders daadwerkelijk durven te maken. Het project probeert inwoners nadrukkelijk bij die keuzes te betrekken. Kunstenaars verzamelden verhalen over hitte en koelte en verwerkten die in schilderingen. Dat levert prachtige en soms komische anekdotes op. Van iemand die zijn koelste moment beleefde in een slagerskoelcel tot een inwoner die bij veertig graden wegsmolt tijdens het winkelen.

‘DATAdragers’

De expositie ‘DATAdragers’ bracht metingen, verhalen en kunst samen. Daarmee wordt klimaatverandering niet alleen een verzameling cijfers, maar iets wat mensen zelf ervaren. En daar ligt misschien wel de grootste kracht van het project. Inwoners hoeven nauwelijks nog overtuigd te worden dat steden warmer worden. De uitdaging is nu om die bewustwording om te zetten in beleid. Want tienduizenden metingen zijn interessant. Een kaart vol rode plekken is indrukwekkend. Maar uiteindelijk telt maar één ding: hoeveel van die rode plekken worden daadwerkelijk groen? (Bron: Eemland1)