COLUMN
Flexibiliteit wordt in het hedendaagse politieke discours steevast gepresenteerd als een recente beleidsinnovatie, bij voorkeur ontdekt tijdens een heisessie met flap-overs en een externe procesbegeleider. Deze voorstelling van zaken miskent echter de rijke historische traditie waarin politieke standpunten zich met bewonderenswaardige lenigheid aanpassen aan veranderende omstandigheden, coalitieformaties en incidentele persoonlijke voorkeuren. Wat heden ten dage wordt geherdefinieerd als flexibiliteit, stond in eerdere perioden bekend als bijstelling, en in minder communicatief verfijnde contexten als draaien.
Een illustratief casusonderzoek wordt aangereikt door de lokale partij Soest2002, waar flexibiliteit niet slechts een bestuurlijk principe bleek, maar een performatieve praktijk. Bestuursvoorzitter Yvonne de Jong lichtte telefonisch toe waarom wethouder Karin Scholten — ondanks haar uitgesproken wens tot continuering van haar ambt — niet opnieuw werd voorgedragen. In het gesprek, waarin nervositeit sporadisch werd gemaskeerd door een ontwapenende lach, viel het sleutelbegrip: flexibiliteit. Het bestuur had ervoor gekozen niemand te benoemen en zich aldus flexibel op te stellen ten aanzien van de coalitieonderhandelingen — een keuze die in bestuurskundige termen kan worden gelezen als strategische afwezigheid.
De betrokken wethouder verwerkte dit besluit op exemplarische wijze door haar vakantieplanning abrupt te herzien. De caravan, aanvankelijk zuidwaarts gericht, werd resoluut omgekeerd; een week later werd Scholten in Finland waargenomen, waar zij naar verluidt haar emoties liet kristalliseren tot ijspegels. “Daarna is er nog een aantal gesprekken met Scholten geweest,” benadrukte De Jong, waarmee zij impliciet bevestigde dat flexibiliteit zich bij voorkeur in meervoud manifesteert.
Na vier jaar waarin opgepropte jaloezie en onderling gekissebis — bekende fenomenen binnen het ecosysteem van de lokale politiek — ongetwijfeld hun natuurlijke habitat hadden gevonden, heeft de bezem z’n werk gedaan. De zuiveringsactie werd gevolgd door een mediagenieke afronding: Eemland1 publiceerde de primeur onder de sonoor geformuleerde kop ‘Wethouder Karin Scholten vertrekt bij Soest 2002 en wordt lijstduwer voor het CDA-Soest’. Kort daarop ontving De Jong een telefoontje van de bijna-afgetreden wethouder.
De vraag die zich hier opdringt is of flexibiliteit wederkerig is. Kan zij ook van toepassing zijn op hen die haar zo nadrukkelijk prediken? Het antwoord luidde ontkennend. “Het bericht dat Scholten tijdens de verkiezingen als lijstduwer van CDA-Soest door de winkelstraat van Soest zou trekken, kwam wel bij mij aan,” aldus De Jong, gevolgd door een licht ongemakkelijke lach.
Intussen presenteert Soest2002 zich opnieuw met vertrouwde namen, waaronder Frans Colthoff en Hans Boks, laatstgenoemde een politiek fenomeen dat na een tijdelijk uitstapje elders, geheel in de traditie van Heintje Davids en Soest2002, zijn flexibiliteit etaleerde door terug te keren.
Rest de normatieve vraag: stem ik op Soest2002? Dat vergt nader flexibel beraad.





