COLUMN
door Arjan Klaver
Een debat. Dat klinkt als een verheven uitwisseling van ideeën. Als een schaakspel van argumenten. Maar zet de camera’s aan en je krijgt geen schaakspel — je krijgt verbaal kinnesinne in HD-kwaliteit. Een debat is geen zoektocht naar waarheid. Het is een wedstrijd wie het hardst kan klinken zonder iets te zeggen. Gelijk hébben is ouderwets; gelijk kríjgen is het nieuwe regeren. De microfoon is geen hulpmiddel, het is een stormram. Wie het volume beheerst, bezit de moraal. Het circus als vocaal fitnesscentrum is al in Baarn geweest. Soesterberg volgt komende zaterdag in Kontact der Kontinenten vanaf 20.00 uur. Politici doen er intervaltraining in verontwaardiging. Vijftien seconden boos. Tien seconden verongelijkt. Twintig seconden morele superioriteit. Daarna even hijgen — niet van twijfel, maar van theatrale inspanning. Ze praten over ‘debatcultuur verbeteren’. Het doel is niet om elkaar te begrijpen. Het doel is om de ander zo neer te zetten dat hij eruitziet als een bijzin in je eigen gelijk. Bonuspunten als het in een hapklare clip past die het goed doet op TikTok. De inhoud mag sterven, zolang het fragment maar leeft. Wie nuanceert, wordt verdacht. Wie twijfelt, wordt afgeserveerd. Wie toegeeft, kan beter alvast zijn stoel afstaan. Dus twijfelt niemand meer. Politici zijn geen mensen met ideeën, maar wandelende slogans. Ze spreken in oneliners alsof stilte belast wordt per seconde. En wij? Wij kijken alsof het een finale is. We verklaren winnaars. We eisen knock-outs. Alsof bestuur een vechtsport is en geen verantwoordelijkheid. We zeggen dat het duidelijk moet zijn. Duidelijker. Harder. Simpeler. Tot de werkelijkheid zich gewonnen geeft en zich in twee kampen splitst: voor of tegen almede zwart of wit.





