De opkomst van de zogeheten cyberouder markeert een nieuwe fase in de opvoedkundige rol van ouders en verzorgers. Waar traditionele ouderparticipatie zich vaak beperkte tot fysieke ondersteuning binnen schoolcontexten, als voorlees- en luizenmoeders, verschuift deze verantwoordelijkheid steeds nadrukkelijker naar de digitale leefomgeving van kinderen.
Door ouders zelf een actieve rol te geven in de weerbaarheid van hun kind, ontstaat er ruimte voor herkenning, initiatief en onderlinge invloed. Maar hoe begeleid je als ouder je kind in een wereld vol sociale media, games en online verleidingen? In een aantal gemeente in Nederlands, waaronder een aantal in Overijssel en Noord-Holland, is gestart met cyberouders. Het is een pilot om ouders te helpen hun kinderen te ondersteunen in de digitale wereld. De pilot is ook overgewaaid naar Amersfoort. Tijdens een informatieavond op dinsdag 21 april van 19.00 tot 21.00 uur in Bibliotheek Eemhuis krijgen ouders praktische tips over de online risico’s voor jongeren. Tijdens de bijeenkomst wordt uitgelegd hoe kwaadwillenden via platforms als Roblox en Discord jongeren proberen te beïnvloeden.
‘Love bombing’
Een van de methodes die kwaadwillende gebruiken is ‘love bombing’: jongeren worden overladen met complimenten en aandacht, waardoor een vertrouwensband ontstaat. Vervolgens worden grenzen langzaam verlegd en kan manipulatie of zelfs chantage volgen. Jongeren zijn extra kwetsbaar omdat hun brein nog in ontwikkeling is. De zogenoemde prefrontale cortex, die helpt bij het maken van weloverwogen keuzes, is pas rond het 25e levensjaar volledig ontwikkeld. Daardoor zijn jongeren gevoeliger voor groepsdruk en beïnvloeding.
Interesse
De informatieavond richt zich niet alleen op het herkennen van gevaren, maar vooral op wat ouders zelf kunnen doen. Open communicatie blijkt daarbij essentieel. Door zonder oordeel en met oprechte interesse te vragen naar het online leven van hun kind, ontstaat er meer vertrouwen. Simpele vragen als ‘met wie chat je?’ of ‘wat vind je leuk om online te doen?’ kunnen al veel inzicht geven. (Bron: Eemland1)





