Er zijn nogal wat mensen in Eemland die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. In Eemnes zelfs 17 procent. Zeventien procent! Bijna één op de zes inwoners. Dat is dus iemand die naar een digitaal formulier kijkt zoals ik naar mijn belastingaangifte: vol vertrouwen beginnen en vijf minuten later hopen dat iemand anders het oplost. We hebben mensen ooit leren lezen, schrijven en rekenen. Een geweldige uitvinding. En toen kwam de vooruitgang. We digitaliseerden alles. Tegenwoordig moet je voor het aanvragen van een afvalpas eerst inloggen met DigiD, een wachtwoord invoeren, een sms-code ontvangen, een QR-code scannen, drie keer bevestigen dat jij een mens bent en vervolgens op een plaatje klikken waarop verkeerslichten staan. Ben je laaggeletterd, dan heb je pech. Ben je hooggeletterd, dan trouwens ook. Laaggeletterdheid is lastig te herkennen. Mensen schamen zich. Ze zijn hun bril vergeten of staan voor de oprit naar de elektronische snelweg die opeens geblokkeerd is door Extinction Rebellion. En dan onze kinderen. Die lezen steeds minder. Alles moet snel. Woorden worden ingekort, zinnen gehalveerd en leestekens zijn inmiddels een soort ouderwetse decoratie. ‘Ik kom vanavond niet, want ik ben ziek’, schreef je vroeger. Tegenwoordig type je met twee duimen: ‘boeie ’ Prima. Scheelt vier seconden. Over twintig jaar communiceren we waarschijnlijk uitsluitend nog met emoji’s. Een duimpje voor akkoord, een huilend gezicht voor de gemeentelijke belastingen en een middelvinger voor de energierekening. Toch noemen we dat vooruitgang. Ondertussen organiseren we de Week van Lezen en Schrijven. Prachtig. Daarna graag de Week van Begrijpen. Vervolgens de Week van Rekenen. En als we dan toch bezig zijn: de Week van Even Zelf Nadenken. Dat wordt vermoedelijk een hele korte week. Want daarvoor moet je eerst de uitnodiging kunnen lezen. En begrijpen. En daarna zelf bedenken dat je misschien moet komen. Geen zin? Hup, daar gaan je duimen: ‘ff nie’.
