De gemeente Soest moet zich beter voorbereiden op extreme weersomstandigheden en kwetsbare inwoners eerder in beeld brengen. Dat stelt Marijke Linnartz, fractieleider van Volt naar aanleiding van schriftelijke vragen die zij op 24 juni aan het college stelde over de gevolgen van hitte.
De aanleiding waren signalen van bewoners van flats. „We namen die meteen serieus. Niet om op die ene casus in te zoomen, maar juist om te kijken naar het grotere plaatje”, vertelt ze. „Kennen we onze kwetsbare inwoners? Weten we waar ze wonen en wat ze nodig hebben? En weten ze waar ze op de overheid kunnen terugvallen?”
Hittegolf
Het college beantwoordde de vragen op 8 september. Linnartz is positief over de inspanningen van ambtenaren, maar mist naar eigen zeggen urgentie in de antwoorden. „Ik lees zinnen als: ‘er zijn ons geen signalen bekend’. Dan gaan bij mij alarmbellen af. Komt dat omdat er geen problemen zijn, of weet de gemeente mensen gewoon niet te vinden?” Volgens haar moet Soest niet wachten tot de volgende hittegolf. „Volgend jaar moet niet opnieuw worden gezegd dat we nog bezig zijn met een plan. Dat plan moet er gewoon liggen.” Zij pleit voor een bredere aanpak waarin meerdere scenario’s worden meegenomen. „We weten dat klimaatverandering voor heftigere weersomstandigheden zorgt. Dan moet je vooruitdenken, vooruit plannen en vooruit handelen.”
Zelfredzaamheid
Ook zogenoemde plekken van verbinding kunnen volgens Volt een belangrijke functie krijgen. Per wijk zou moeten worden gekeken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. „Bij hitte kunnen mensen daar verkoeling zoeken, maar bij een stroomstoring of andere crisis kunnen zulke plekken ook als noodsteunpunt dienen.” De verantwoordelijkheid ligt volgens Linnartz niet alleen bij de overheid. „We doen regelmatig een groot beroep op zelfredzaamheid, maar we moeten accepteren dat niet iedereen daartoe in staat is. Zit jij er zelf warmpjes bij, kijk dan eens of je iemand in de buurt kunt helpen.” (Bron: Eemland1)



