Opinie: van bezwaar naar bezwaarlijk

Bunschoten heeft tot nu toe weinig trek gehad in het opvangen van asielzoekers. Dat is politiek gezien niet zo ingewikkeld: wie alleen naar de lokale verkiezingsuitslag en het sentiment op straat kijkt, weet dat opvang geen populair onderwerp is. Maar besturen betekent nu eenmaal meer dan luisteren naar wat op dat moment goed valt bij de achterban. En precies daar begint de eerste test voor de nieuwe wethouder. Want Den Haag heeft geen boodschap aan het politieke ongemak in Bunschoten. Het Rijk kijkt naar aantallen, verdeling en verantwoordelijkheid. Gemeenten kunnen niet eindeloos achter het argument van lokaal draagvlak schuilen wanneer de landelijke opgave blijft liggen. Daarmee ligt er voor de nieuwe wethouder meteen een onaangename keuze. Doet hij wat het Rijk vraagt, dan loopt hij het risico zijn eigen achterban tegen zich in het harnas te jagen. Houdt hij de deur dicht, dan kiest hij feitelijk voor de confrontatie met Den Haag. En wie denkt dat je in zo’n dossier iedereen tevreden kunt houden, gelooft waarschijnlijk ook nog in bestuurlijke sprookjes. Asielopvang is bovendien allang geen gewoon beleidsdossier meer. Het is een lakmoesproef geworden voor politieke moed. Durft een bestuurder een besluit te verdedigen wanneer het lokaal niet populair is? Of wordt het beleid uiteindelijk bepaald door degene die het hardst bezwaar maakt? Dat is de werkelijke vuurdoop voor de nieuwe wethouder. Niet of hij een dossier netjes kan beheren, maar of hij bereid is verantwoordelijkheid te nemen wanneer dat politiek pijn doet. Want gemakkelijk besturen kan iedereen.