COLUMN
door Arjan Klaver
Er bestaan verschillende soorten grappen. Je hebt subtiele grappen, flauwe grappen en grappen die zo droog zijn dat je ze pas thuis begrijpt. En dan is er nog een vierde categorie: gemeentelijk beleid. Neem het plan om de volière in de Pekingtuin in Baarn te slopen. Vogels eruit op 1 april, kooi een week later weg. De timing is bijna ontroerend. Je zou denken dat iemand bij de gemeente een gevoel voor humor heeft ontwikkeld, maar waarschijnlijk is het gewoon toeval. Humor staat tenslotte nergens in het beleidskader. De volière staat er al jaren. Grootouders nemen er hun kleinkinderen mee naartoe. Bewoners van het verzorgingshuis maken er een rondje langs. Het is precies dat soort klein, onschuldig geluk waar gemeenten in beleidsnota’s graag woorden als leefbaarheid, verbinding en sociale cohesie bij zetten. Woorden die uitstekend werken in rapporten, zolang ze maar niet per ongeluk in de echte wereld terechtkomen. Totdat iemand anno 2026 de begroting opent. In de Grondwet komt het woord ‘parkiet’ niet voor. En de Raad van State heeft zich, voor zover bekend, nog nooit gebogen over het grondrecht op een volière in een park. Maar als gemeenten alleen nog dingen gaan doen die letterlijk in de wet staan, kunnen we ook meteen stoppen met bomen, bankjes, bloemperken en speeltuinen. Die komen namelijk ook nergens expliciet voor. Volgens het persbericht gaat het om kosten. Dat is altijd een bijzonder elegant argument. Kosten hebben namelijk een magische eigenschap: ze bestaan vooral wanneer er iets simpels behouden moet blijven. Zodra er een nieuw plan, onderzoek of participatietraject moet worden opgetuigd, verdwijnen ze weer als sneeuw voor de zon. Wat die kosten precies zijn, blijft overigens een beetje mysterieus. Vermoedelijk ongeveer het bedrag dat normaal gesproken nodig is voor twee externe adviseurs, een beleidsnotitie on een inspiratiesessie met post-its. Intussen vermoeden sommige inwoners dat de plek nodig is voor een jeugdhonk. Dat zou een prachtige symboliek opleveren. Eerst de vogels uit hun kooi halen, zodat de jongeren er daarna in kunnen gaan zitten. De cirkel van de openbare ruimte is dan mooi rond. Over jongeren gesproken: volgens omwonenden is er al de nodige overlast. Vuurwerk, geschreeuw, intimidatie. In dat licht is een jeugdhonk eigenlijk een briljante gedragsstrategie. In de psychologie heet dat positieve bekrachtiging: wie lang genoeg rotzooi trapt, krijgt uiteindelijk vastgoed. Het mooiste detail blijft de timing. Het nieuws rondom de volière verschijnt ruim vóór 1 april. Daardoor ontstaat een zeldzaam moment in de lokale democratie. Nota bene pal na de verkiezingen smeken inwoners dat hun eigen gemeente hen voor de gek houdt.




