Niet één maar twee stemvakjes roodkleuren in Soest

0
Proef met kleiner stembiljet in Soest
Proef met kleiner stembiljet in Soest

Op 18 maart ligt er in de stemhokjes in Soest behalve een rood potlood ook een boekje met namen van kandidaten. De gemeente doet mee met een proef met een nieuw stembiljet. Het systeem met twee rode vakjes in plaats van één lijkt makkelijk maar in de praktijk zal dat moeten blijken.

Bij de allereerste landelijke proef scoorde het nieuwe stembiljet nog ietsje lager dan het traditionele biljet. Na aanpassing is dat nu nagenoeg gelijk. Het idee van het nieuwe stembiljet is om het tellen van de stemmen makkelijker te maken. Het formaat van het stembiljet is veel kleiner dan het traditionele papier. Die lap papier moet na het kleuren van de hokjes weer ingewikkeld worden opgevouwen om in de gleuf van de stembus te passen en tijdens het tellen weer helemaal worden opengevou wen. Efficiënt. Want kleine stembiljetten kunnen sneller worden geteld is het idee achter de proef.

Apart boekje
Volgens het informatiefilmpje op de website www.nieuwstembiljet.nl is het invullen van het nieuwe stembiljet eenvoudig. Eerst vult de kiezer op het stembiljet zijn favoriete partij in. Daarna kan hij een kandidaat kiezen. Die staat niet op het stembiljet zelf, maar in een apart boekje. Dat boekje ligt in alle stemhokjes. Daarin zoekt de stemmer zijn favoriete kandidaat op. Is dat bijvoorbeeld kandidaat nummer drie van Gemeente Vooruit, dan kleurt hij het bolletje voor nummer drie rood. Vervolgens vouwt hij het kleine stembiljet op en deponeert het in de stembus.

Logo’s
Soest is in ons land één van de elf gemeenten die meedoen aan de nieuwe proef. Die is bedacht door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Omdat steeds meer kandidaten meedoen aan de gemeenteraadsverkiezing wordt de lijst met namen steeds langer en het stembiljet steeds groter. Het nieuwe stembiljet is daarenboven overzichtelijker voor mensen met een leesbeperking omdat de logo’s van de politieke partijen duidelijk herkenbaar op het formulier staan. (Bron Eemland1)