COLUMN
door Arjan Klaver
Twaalf jaar lang had onze hoofdpersoon een vaste avondbestemming: de raadzaal. Een ambt dat klinkt als iets verhevens, maar in werkelijkheid is het een leven tussen stapels stukken die zich vermenigvuldigen als konijnen op steroïden. Er komt een moment waarop hij dat niet eens meer opmerkt. Dan hoort het erbij dat op dinsdagavond om half elf nog een PDF van 126 pagina’s geopend wordt, ‘om er toch even doorheen te gaan’. Als zijn partner vraagt of hij nog komt zitten, komt er een ontwijkend antwoord: “Nog één bijlage.” De papieren tijgers, dus. Indrukwekkend, uitgebreid, en vooral… eindeloos. En dan, op woensdag 18 maart, is het voorbij. De verkiezingsuitslag zegt alles: de partij is uitgerangeerd. Te veel 1976, te weinig toekomst. Een niemanddalletje. Niemand verwacht nog dat hij een amendement leest of een motie herschrijft. Geen coalitieappjes, geen technische vragen over parkeerbeleid in wijk drie. Niks. The day after voelt een beetje als de eerste dag na een lange reis. Hij staat op, denkt: waar moest ik ook alweer heen? Antwoord: nergens. Verplicht niets. De papieren tijgers waren soms vermoeiend, maar ze deden tenminste nog alsof ze ergens toe deden. Nu? Ze liggen er nog, als monumenten voor een missie die voorbij is. En eerlijk: onze hoofdpersoon zal ongetwijfeld nog eens een beleidsnota openen. Gewoon uit gewoonte. Uit heimwee naar het gevoel dat je – zelfs als niemand kijkt – eigenlijk nog ergens invloed had.





