Baarn, Bunschoten – Spakenburg en Soest zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog diep geraakt. In deze serie vertelt de redactie van Eemland1 in de aanloop naar Bevrijdingsdag de geschiedenis van huizen die de Duitse bezetting hebben meegemaakt. Vandaag: Gemeentehuis Van Weedestraat.
Op 30 april 1945 worden delen van Soest tot ‘Sperrgebiet’ verklaard. Dit betekent dat inwoners zich slechts op beperkte tijden op straat mogen begeven. Ook de gemeentelijke diensten zijn nog maar beperkt toegankelijk. In deze laatste dagen van de bezetting raakt het dagelijks leven steeds verder ontwricht en groeit de spanning in het dorp.
Vlaggen
Wanneer op zaterdag 5 mei 1945 de Duitse capitulatie een feit is, lijkt dit in Soest in eerste instantie nauwelijks verandering te brengen. Hoewel het nieuws zich snel verspreidt en veel inwoners het gevoel hebben dat zij de straat op zouden moeten om hun vrijheid te vieren, blijft het stil. Duitse militairen zijn nog volop aanwezig en treden streng op. Nederlandse vlaggen die al zijn uitgehangen, worden verwijderd en feestelijkheden worden onderdrukt. De dag wordt daardoor gekenmerkt door een wrange tegenstelling: de vrijheid is officieel een feit, maar in het dagelijks leven nog niet voelbaar.
Toestemming
Ook zondag 6 mei begint met dezelfde gelatenheid. Veel Soestenaren bezoeken in de ochtend de kerk, waar stil wordt gestaan bij de capitulatie en de hoop op vrijheid. Pas rond 12.45 uur verandert de situatie. De in Soest gelegerde Duitse bevelvoerder geeft toestemming om uiting te geven aan vreugdegevoelens. Vanaf dat moment slaat de sfeer in het dorp volledig om.
Des Tombe
De vlaggen mogen uit, de kerkklokken gaan luiden, mensen gaan zingend de straat op, burgemeester Antoine Louis des Tombe keert terug uit zijn onderduikadres en verschijnt aan het eind van de middag op het bordes van het gemeentehuis aan de Van Weedestraat. Hier krijgt hij de ambtsketen weer omgehangen. Dit symboliseert het herstel en het begin van een nieuwe periode. (Bron: Eemland1)





