Voor het eerst in hun leven stonden Mandy Sansom en Sharron Willbond uit het Engelse Norwich zondag stil bij de plek waar hun overgrootvader tijdens de Tweede Wereldoorlog om het leven kwam.
Op de Jachthuislaan in Soest onthulden zij het monument voor de Britse Polar Bears-eenheid, vlakbij de plek waar korporaal Samuel Onion op 7 maart 1945 omkwam.
Monument
Samuel Onion diende in het Britse leger onder bevel van veldmaarschalk Bernard Montgomery. Met de Polar Bears trok hij vanuit Duinkerken via Zeeland richting het midden van Nederland. Zijn laatste bestemming werd Hilversum. Achter het monument vond op de dag van zijn overlijden een zware explosie plaats in een wapendepot. Daarbij kwamen dertien Britse soldaten om het leven. Onion werd slechts 31 jaar.
Raadsel
Voor de twee nabestaanden bleef zijn geschiedenis altijd een raadsel. “We weten nog steeds niet precies wat er gebeurd is,” vertelt Sharron zichtbaar geëmotioneerd. “We weten alleen dat hij hier gestorven is.” Veel tastbare herinneringen aan hun familielid bezit de familie niet meer. “We hebben niets van hem,” zegt Mandy. “Geen brieven, geen persoonlijke spullen. Alleen één foto.” Op die vergeelde afbeelding staan Samuel, zijn vrouw Margaret kort voordat de oorlog hun leven voorgoed veranderde.
Indruk
Het bericht van zijn overlijden liet diepe sporen na binnen de familie. “Er kwam een telegram,” vertelt Sharron. “Zijn Margeret las het, scheurde het kapot en gooide het weg. Het verdriet moet ondraaglijk zijn geweest. Daarna is zij weer getrouwd en kreeg nog drie dochters.” Tijdens het bezoek overheerste niet alleen verdriet, maar ook dankbaarheid. Vooral de manier waarop Nederlanders de omgekomen militairen blijven herdenken maakte indruk op de Britse zussen. Na een bezoek aan het weiland waar de explosie plaatsvond, waren zij zichtbaar aangeslagen.
“Anno 2026 raakt deze plek mij nog steeds,” zegt Mandy. “Ik voelde alleen de wind en was met mijn gedachten heel ver weg. Het betekent veel voor ons dat Nederlanders Samuel en de andere Britse soldaten nog altijd in hun hart dragen.” (Bron: Eemland1)





