Luilak

0
Conclaaf
Column van Arjan Klaver

Er zijn tradities die zo hardnekkig zijn dat je bijna gaat vermoeden dat niemand ooit echt heeft gecontroleerd of ze nog wel een functie hebben. Luilak, een folkloristische viering die in ons land wordt gehouden op de zaterdag voor Pinksteren, is daar een schoolvoorbeeld van. Het idee is simpel: wie uitslaapt, verdient straf. Niet metaforisch, maar historisch gezien vrij letterlijk. Tegenwoordig noemen we het jeugdoverlast. En ergens is dat fascinerend. Want je zou denken dit een feest is dat in stilte is gestorven, ergens tussen geluidsnormen en zondagochtend-vergadercultuur. Maar nee. Het blijft bestaan in die merkwaardige half-vorm waarin we doen alsof het cultureel erfgoed is.  Want dat is de echte magie van Luilak: niemand wil het vieren, iedereen wil dat een ander het organiseert, en vooral dat iemand anders er last van heeft. Toch zit er een diepere laag onder dit hele lawaaispektakel. Luilak is eigenlijk geen feest over slaap. Het is een jaarlijkse morele toets: ben jij wel productief genoeg ingesteld? Mag jij je wel in bed bevinden terwijl de rest van de denkbeeldige samenleving al lekker bezig is? Dus trekken we één dag per jaar de gordijnen open van de slapende medemens en roepen we: ‘zie je wel! Hij ligt nog in bed. Luilak.’ En daarna gaan de herrieschoppers weer naar huis, moe van het vroege opstaan, met het lichte gevoel dat zij iets cultureel belangrijks hebben gedaan. Of in elk geval iets luidruchtigs. En heel diep vanbinnen denkt iedereen, ook de herrieschoppers, hetzelfde. Had ik op zaterdagochtend voor Pinksteren maar gewoon uitgeslapen.