Omhaal-Chinees 

0
Conclaaf
Column van Arjan Klaver

In Baarn is iets bijzonders ontdekt. Niet een nieuw gerecht, niet een geheime saus, maar een fenomeen dat rechtstreeks uit de Nederlandse bestuurlijke folklore lijkt te komen: de omhaal-Chinees. Dat is dus geen afhaalrestaurant. Nee, dat zou te simpel zijn. Te logisch. Te weinig vergunningsproof. Dit is een Chinees restaurant waarbij alles kan  behalve gewoon even klanten ontvangen op een drukke dag waarop iedereen toevallig wél honger heeft. Want ja, Koningsdag in de Pekingtuin betekent: hekken, regels, veiligheid, en vooral een zeer strikt geregisseerde vorm van gezelligheid. En precies daar begint de omhaal. Want waar een normaal mens zou denken: ‘Die mensen zitten er al, laat ze meedraaien,’ denkt de Nederlandse situatiebeheerder: ‘Interessant probleem. Hoe kunnen we dit zo ingewikkeld mogelijk oplossen zonder dat iemand direct hoeft toe te geven dat het eigenlijk nergens op slaat?’

Dus worden er hekken geplaatst. Niet naast het restaurant. Niet eromheen met een vriendelijk knikje. Nee, er pal voor. Alsof het restaurant zelf een onvoorzien onderdeel van de risicomanagementanalyse is geworden. Het resultaat: een Chinees restaurant dat wel bestaat, wel open is, wel eten heeft, maar geen klanten mag ontvangen. Je weet pas of er gegeten wordt als je er niet mag zitten. En dan komt de sociale reflex, zoals die in Nederland inmiddels net zo voorspelbaar is als regen in april: ‘Kom allemaal vanavond een extra loempia halen om ze te steunen!’ Het is prachtig. Echt. We hebben protest volledig vervangen door snackconsumptie met moreel kompas. Geen demonstratie, geen discussie, geen vraagtekens bij het beleid. Gewoon: extra loempia’s. Misschien twee. Voor de zekerheid. Je wilt natuurlijk wel aan de juiste kant van de frituurgeschiedenis staan. En zo ontstaat de omhaal-Chinees: een plek waar eten recht voor je neus staat, maar je er eerst een complete bestuurlijke hindernisbaan voor moet afleggen om het ook daadwerkelijk te mogen bestellen.