Krom denken

0
Conclaaf
Column van Arjan Klaver

In het oosten van Utrecht hebben we een nieuw inzicht: water is handig. Niet revolutionair, wel laat. Na de Tweede Wereldoorlog besloten we dat natuur vooral efficiënter moest. Beken werden recht. Bochten waren verdacht. Water moest door. Liefst gisteren nog. Alles voor productie. Alles voor snelheid. Alles voor het idee dat we slimmer waren dan het landschap. Dat waren we niet. Dus nu, tachtig jaar later, investeren we miljoenen om dezelfde beken weer krom te maken. In de Gelderse Vallei gaan we 12 kilometer ‘herstellen’. De Heiligenbergerbeek mag weer slingeren. Water krijgt de ruimte om… water te zijn. Het is een gedurfde strategie. De officiële uitleg is prachtig: systeemherstel, klimaatadaptatie, ecologische kwaliteit. In de praktijk: we hebben het te goed opgeruimd. Rechte beken bleken namelijk efficiënt in precies één ding: problemen verplaatsen. Regen? Weg ermee. Droogte? Succes ermee. Het systeem functioneerde perfect, zolang je niet keek naar wat er daarna gebeurde.

Dus nu vertragen we. Water moet blijven hangen. Infiltreren. Terug de bodem in. Alsof we collectief hebben ontdekt dat een emmer zonder bodem geen opslag is. En dat kost geld. Veel geld. Zes miljoen euro om kronkels terug te kopen die we er zelf uit hebben bezuinigd. Beleidsmatig heet dat een transitie. In normale taal: eerst slopen, dan herstellen en ten slotte een persbericht.

Natuurlijk zitten er voordelen aan. Meer biodiversiteit. Koeler water. Minder piekafvoer. Minder paniek. Het systeem wordt robuuster, de natuur iets minder decorstuk. Allemaal waar. Maar het blijft fascinerend hoe we problemen oplossen die we zelf zo efficiënt hebben gecreëerd. Alsof we trots zijn op het blussen van een brand die we zelf hebben aangestoken. Met uitstekend gereedschap, dat wel. De echte innovatie heet nu ‘systeemdenken’. Klinkt beter dan: ‘we hadden het kunnen weten’.