Baarn, Bunschoten – Spakenburg en Soest zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog diep geraakt. In deze serie vertelt de redactie van Eemland1 in de aanloop naar Bevrijdingsdag de geschiedenis van huizen die de Duitse bezetting hebben meegemaakt. Vandaag: Van Lenneplaan 70, Soest.
Het is een doodnormale lenteochtend in de Van Lenneplaan in Soest. Een buurman vertrekt op zijn fiets naar de tennisvereniging. Een poes steekt de straat over. Niemand is zich bewust van de bijzondere geschiedenis van 83 jaar geleden achter de haag op nummer 70. Toen kwam op dit adres Knokploeg Soest bij elkaar.
Alma Beekman (1898, Duitsland) die er toen woonde speelde een belangrijke rol binnen het Soester verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Joodse onderduikers en verzetsmensen konden altijd bij haar terecht voor onderdak. Het huis zat dan ook regelmatig vol onderduikers. Vanaf 1943 groeide haar huis uit tot een vaste schakel in een verzetsnetwerk dat later uitgroeide tot de Knokploeg Soest. Binnen die kring stond zij bekend als ‘Mama,’ een naam die zowel haar zorgende houding als haar moed onderstreepte. Een betrokken verzetslid vertelde er later over: ‘Als wij de boodschap kregen om bij Mama te komen en ons meisje mee te nemen, dan betekende dit, dat we naar de Van Lenneplaan moesten komen en ons pistool mee moesten nemen. Met andere woorden: we zouden op actie gaan.’
Dode Duitsers
René van Hal, van de Historische Vereniging Soest/Soesterberg, vertelt met plezier het verhaal van het huis dat nu heel gewoon staat te baden in een lentezonnetje. Het staat er lieflijk bij met de vele geurende bloemenstruiken die het omhullen. ,,Maar ooit lag er een dode Duitser in de voortuin”, doorbreekt Van Hal het vreedzame beeld. ,,En niet veel later werd de tweede Duitser neergeschoten. De twee hadden het huis geconfisqueerd nadat in februari 1944 door de SD een inval was gedaan en Alma en haar onderduikers waren opgepakt, midden in de nacht, uit het huis dat voor zovelen een veilige plek was geweest”
Van Hal schetst hoe de twee hadden gehoopt in de komende dagen nietsvermoedende verzetsmensen te kunnen inrekenen die naar het huis zouden komen. ,,Ze werden nonchalant toen er dagenlang niets gebeurde. De verzetsmensen wisten wel beter. Want een ontkomen verzetsman die in de nacht van de inval het huis had weten te ontvluchten, had het netwerk ingelicht.” Zonder dat ze het doorhadden, waren de rollen dus omgedraaid. De Duitsers werden in de gaten gehouden, en op een moment dat ze argeloos en niets vermoedend de deur opendeden nadat was aangebeld, werden ze doodgeschoten.
Onbelaste toekomst
Mevrouw Menne, weduwe van de Soester oud-wethouder Jan Menne, die inmiddels zevenenvijftig jaar in het huis woont, kent de verhalen van haar woning. ,,Toen we er nog niet zo lang woonden, vertelde een buurvrouw de geschiedenis. Het kwam via verschillende wegen tot ons. Ik heb het naast me neergelegd. Je wilt onbelast een nieuw leven opbouwen. Ik heb er daarna ook weinig meer aan gedacht.” Of er nog authentieke plekken in het huis zijn, die aan die specifieke tijd herinneren: mevrouw Menne denkt van niet. ,,Er is veel aan het huis veranderd in de loop van de jaren.” Van Hal is blij dat de verhalen van het huis bewaard zijn gebleven. ,,Juist in deze dagen is het goed om bij stil te staan. De sociale samenhang van toen, dat kennen we nu niet meer. En de getoonde moed. Wat zouden we zelf doen? Belangrijke vragen om jezelf voor te leggen.”
Ravensbrück
En hoe het met de oud-bewoonster Alma Beekman is afgelopen? Ook daar weet Van Hal raad. Hij duikt in de boeken die hij verzamelde met de verhalen over de Tweede Wereldoorlog in Soest. Daaruit wordt duidelijk dat ze na haar arrestatie via Kamp Vught gedeporteerd werd naar concentratiekamp Ravensbrück. In het voorjaar van 1945 werd zij via een internationale reddingsactie, de zogenoemde Witte Bussen, bevrijd en via Zweden teruggebracht naar Nederland. Na alles wat ze had doorstaan keerde ze terug naar Soest, waar ze voorzichtig haar leven weer oppakte. Een opvallend bericht in de Soester Courant dat bewaard is gebleven, is van haar hand. Ze schreef het bij thuiskomst: ‘Hartelijk dank voor de grote belangstelling bij mijn thuiskomst vanuit concentratiekamp Ravensbrück.’ (bron: Eemland1)






